BETROUWBAARHEID

Een goed systeem weet ook wanneer het iets niet weet.

Meer data maakt een conclusie niet automatisch beter. Betrouwbaarheid vraagt om voldoende meetvolume, vergelijkbare perioden, duidelijke definities en een scheiding tussen observatie en interpretatie.

01

Feit

Wat is daadwerkelijk gemeten of waargenomen? Bijvoorbeeld een statuscode, een verdwenen element of een gemeten aantal clicks.

02

Interpretatie

Wat betekent die combinatie van feiten waarschijnlijk? Bijvoorbeeld dat een belangrijke pagina zoekzichtbaarheid verliest terwijl de technische toestand stabiel blijft.

03

Hypothese

Welke verklaring of verbetering is aannemelijk, maar nog niet bewezen? Thactual houdt die onzekerheid zichtbaar in plaats van een vermoeden als feit te presenteren.

ILLUSTRATIEF VOORBEELD · GEEN PRODUCTDATA
Feit
Een interne link verwijst naar een niet-bestaande pagina.
Interpretatie
De route naar relevante informatie wordt onderbroken.
Hypothese
Een passende bestemming kan de doorstroom verbeteren.

Bewijs, betekenis en verwachting blijven afzonderlijk zichtbaar.

VERDER IN HET VERBETERPROCES

Bekijk het evidence- en confidenceprincipe

Bekijk het evidence- en confidenceprincipe

Volgende stap: historie.